Klantenservice

Levensstijl

Een insulinepomp begeleidt u in uw dagelijks leven. En daardoor loopt hij natuurlijk wel eens stoten en schokken op. Alle producenten voeren talloze tests uit, maar niemand kan met 100% zekerheid voorkomen dat een pomp barst als hij eenmaal dag in dag uit wordt gebruikt door een patiënt. Wij gaan ervan uit dat we als producent een grote verantwoordelijkheid dragen en onze klanten goed moeten voorlichten over hoe ze hun pomp in het dagelijks leven moeten gebruiken.

De waarheid over waterdichtheid

Kan ik zwemmen, douchen of baden als ik mijn insulinepomp draag?

MiniMed® Veo™-insulinepomp

De MiniMed® Veo™-insulinepomp is spatwaterdicht en daarom classificeren de MiniMed® Veo™ als waterbestendig, niet als waterdicht.

We raden gebruikers van de MiniMed Veo-insulinepump af om deze niet opzettelijk onder te dompelen in water. U kunt uw insulinepomp eenvoudig loskoppelen als u wilt deelnemen aan wateractiviteiten. Als u deze loskoppelt voor wateractiviteiten, neem dan de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen om uw pomp te beschermen tegen water. U kunt de pomp maximaal één uur loskoppelen zonder insuline te nemen. Als u de pomp langer dan één uur losgekoppeld laat, moet u op een andere manier insuline toegediend krijgen. Bijvoorbeeld via injecties met snelwerkende insuline, of door de pomp voor het toedienen van een bolus opnieuw aan te koppelen (meer informatie in de richtlijnen voor tijdelijke loskoppeling). Controleer uw bloedglucosewaarden als u de pomp weer in gebruik neemt.

Onze waterdichtheidsklassering is IPX7: onderdompeling op een diepte van 1 meter gedurende 30 minuten.

Dit betekent dat de MiniMed Veo beschermd is tegen een kortstondige onderdompeling in water van minder dan 30 minuten op een diepte van minder dan 1 meter.

Als er water binnendringt in een pomp van een van onze klanten, zullen we de insulinepomp uiteraard vervangen overeenkomstig ons normale garantiebeleid.

MiniMed® 640G-insulinepomp

Uw MiniMed® 640G-insulinepomp is - mits het reservoir en de katheter correct zijn geplaatst - waterdicht (klassering IPX8) op een diepte van tot wel 3,6 meter gedurende 24 uur.

Aangezien de pomp waterdicht is, is het niet waarschijnlijk is dat uw pomp beschadigd raakt als hij wordt nat gespat of kort onder water is geweest. Als uw pomp echter gevallen is of als u vermoedt dat uw pomp beschadigd is, moet u de pomp nauwkeurig onderzoeken op scheurtjes voordat u de pomp aan water blootstelt. De pomp is niet waterdicht als er scheurtjes in zitten.

Als u denkt dat er water in de pomp kan zijn gelopen of dat de pomp niet goed functioneert, moet u uw bloedglucosespiegel controleren. Behandel zo nodig te hoge bloedglucosewaarden in samenspraak met uw zorgverlener. Neem contact op met Medtronic voor verdere ondersteuning. Neem altijd contact op met uw diabetesbehandelteam bij een veel te hoge of te lage bloedglucosespiegel, of als u vragen over uw therapie heeft.

 

Als de Minilink verbonden is met de sensor, is de zender en kunt u hem volledig onderdompelen. We raden echter aan om zeer heet water (zoals een warm bad) te vermijden. U kunt de zender dertig minuten lang tot op een diepte van ongeveer 2.44 meter dragen. Als u de insulinepomp loskoppelt en uw zender is langer dan 40 minuten buiten bereik (meer dan ongeveer 1.83 meter, verwijderd), worden alleen de laatste 40 minuten opnieuw ingevoerd. Als u de historische rapporten bekijkt, zou u een 'gegevenshiaat' zien met de ontbrekende informatie uit deze periode.

Guardian™ 2 Link-zender

Als de Minilink verbonden is met de sensor, is de zender en kunt u hem volledig onderdompelen. We raden echter aan om zeer heet water (zoals een warm bad) te vermijden. U kunt de zender dertig minuten lang tot op een diepte van ongeveer 2.44 meter dragen.
 

Checklist reizen/tips en trucs

MiniMed® Veo™-insulinepomp

U kunt de insulinepomp net zoals anders gebruiken tijdens uw vlucht. Als u de CGM-functie van de pomp gebruikt, moet u de MiniLink-zender loskoppelen van de glucosesensor. Dat is omdat het overeenkomstig de internationale voorschriften en de regels van de Amerikaanse FCC (Federal Communications Commission) verboden is om toestellen die gebruik maken van radiogolven te gebruiken in een vliegtuig. Het is niet voldoende om gewoon de CGM- (continue glucosemonitoring) functie uit te schakelen op de insulinepomp, omdat de Minilink-zender blijft zenden op de RF-frequentie en alleen stopt als de zender wordt losgekoppeld van de glucosesensor. Tijdens de vlucht moet u uw bloedglucosespiegels handmatig meten met uw BG-meter.

MiniMed® 640G-insulinepomp

U kunt tijdens uw vlucht uw insulinepomp gewoon blijven gebruiken. Alvorens u naar een bestemming buiten de Europese Unie reist, controleert u de compatibiliteit van de radiofrequentie (RF) die de pomp gebruikt met de geldende regels in het land waar u naar toe reist.

Als u de CGM-functie van uw pomp gebruikt, mag u deze volgens internationale normen en voorschriften van de Amerikaanse Federale Communicatie Commissie (FCC), die het gebruik van apparaten in het vliegtuig die gebruiken maken van radiofrequenties verbieden, niet gebruiken. Daarom dient u de Guardian 2 Link-zender los te koppelen van de glucosesensor. Let op: het is niet voldoende om alleen de CGM-functie uit te schakelen, omdat de Guardian 2 Link-zender blijft zenden op de RF, tenzij deze wordt losgekoppeld van de glucosesensor. Als u tijdens de vlucht bloedglucosewaarden moet test, dient u dit handmatig te doen met behulp van uw BG-meter.

Kan mijn insulinepomp worden verstoord door elektromagnetische interferentie op de luchthaven of door computers, mobiele telefoons of opnameapparatuur?

U dient blootstelling van de insulinepompen aan sterke magnetische velden, zoals bij MRI-scanners, zoveel mogelijk te voorkomen. Uitgebreide tests hebben uitgewezen dat andere gemagnetiseerde apparaten zoals metaaldetectors, elektronische bewakingsapparatuur en mobiele telefoons geen invloed hebben op de werking van uw insulinepomp.

Hoewel mobiele telefoons, draadloze telefoons en andere draadloze hoge frequentie-apparaten kunnen interfereren met de communicatie tussen uw glucosemonitor/zender en uw insulinepomp, veroorzaakt deze interferentie geen foutieve gegevens of schade aan uw pomp of meter. De communicatie kan het best hersteld worden door deze draadloze apparaten te verwijderen of uit te schakelen.

Uw pomp mag niet door röntgenapparatuur voor controle van handbagage of ruimbagage, of door de lichaamsscanner. Als u door de lichaamsscanner gaat, moet u de infusieset loskoppelen en uw insulinepomp en CGM-systeem (sensor en zender) eerst afdoen. U kunt ook om een alternatieve controlemethode zonder röntgen vragen, zodat u uw apparaten niet af hoeft te doen. Uw insulinepomp, infusieset, reservoir en CGM-systeem zijn bestand tegen blootstelling aan metaaldetectoren en handdetectoren zoals gebruikt voor controle op luchthavens.

Reizen met een insulinepomp

Met uw pomp kan het eenvoudiger worden om uw bloedglucose onder controle te houden als u op reis gaat. U kunt de bolussen aanpassen voor maaltijden op vreemde momenten, of voor maaltijden die groter of kleiner zijn dan normaal, of voor maaltijden die u gewoon niet sneller wilt eten.

U kunt de insuline ook aanpassen aan veranderingen in uw normale levenspatroon, zoals langer opblijven.​ Hoe u zich voorbereidt op uw reis en wat u mee moet nemen, hangt af van waar u heen gaat en hoe lang u wegblijft. Wat geschikt is voor een korte binnenlandse vlucht of vakantie is mogelijk onvoldoende voor een lange vlucht naar een tropische bestemming in een andere tijdzone.

Als u op reis gaat, moet u overwegen het volgende mee te nemen:​

  • Extra pompbatterijen
  • De vakantiepomp
  • Insuline (en een geschikte container)​​​​
  • Pompmaterialen
  • Insulinepen of spuiten
  • Teststrips voor ketonen​​​​​​
  • Noodgevallenset
  • Apparatuur om uw bloedglucose te bepalen
  • Koolhydraten om een hypo’s te behandelen en extra voedsel, zoals mueslirepen die u gemakkelijk kunt meenemen

Andere dingen om rekening mee te houden:​​​​​

  • De contactinformatie van uw arts en het diabetesteam en van diabetesdiensten op de plaats van bestemming
  • Draag een ID-kaartje waarop staat dat u diabetes hebt en een insulinepomp gebruikt
  • Het is ook een goed idee om geneesmiddelen tegen diarree en misselijkheid mee te nemen
  • De handleiding van uw pomp en een lijst van alle pompinstellingen
  • Als u naar het buitenland gaat, is het misschien goed om nuttige zinnen op papier te hebben in de taal van het land waar u heen gaat, zoals 'ik heb diabetes, geef me alstublieft wat suiker of iets om te eten'.
  • Vraag in het land van bestemming na of er regels zijn voor het invoeren van uw benodigdheden in het land.


Bewaar uw geneesmiddelen, tussendoortjes, pompmaterialen en de brief van uw arts in uw handbagage als u gaat vliegen. Dat is heel belangrijk omdat uw bagage kan zoekraken, of omdat u misschien lang moet wachten door slecht weer of technische problemen. Insuline in bagage die u incheckt kan bloot komen te staan aan extreme temperaturen (vaak zelfs vorst).

Een goede vuistregel is om tweemaal zo veel materialen mee te nemen als u denkt nodig te hebben, gewoon voor het geval dat er problemen ontstaan.

De pompmaterialen kunnen duurder zijn in een ander land en de materialen die u nodig hebt zijn misschien niet overal verkrijgbaar. Bel dus eerst naar de bereikbaarheidsdienst van Medtronic voor informatie, zodat u niet voor verrassingen komt te staan.
 

Tijdzone en meerdere basale snelheden

Er is geen vaste regel voor het aanpassen van basale snelheden als u naar een andere tijdzone reist. Overleg voor vertrek met uw arts of diabetesverpleegkundige over de aanpassingen die misschien nodig zijn tijdens uw reis.

Denk eraan om altijd een lijst met uw basale snelheden en andere pompinstellingen mee te nemen.

U kunt de instellingen van uw pomp aanpassen wanneer u wilt tijdens de reis. De meeste mensen doen dat als ze op hun bestemming aankomen. Het is echter heel belangrijk dat u de tijd van uw plaats van bestemming instelt op uw pomp, omdat uw basale instellingen 's nachts mogelijk heel anders zijn dan overdag. Als u de tijd niet aanpast, krijgt u misschien te veel insuline terwijl u de bezienswaardigheden bekijkt en te weinig 's nachts. Dat kan heel gevaarlijk zijn.

Vergeet ook niet om de tijd weer aan te passen als u naar huis terugkeert.

Veiligheidstips

Het is verstandig om tijdens lange vluchten op te staan en stukjes te lopen en om veel water te drinken - dit helpt bloedstollingsproblemen te voorkomen die mensen met of zonder diabetes kunnen ervaren.

De bloedglucosewaarden kunnen te hoog of te laag worden door stress, wisselende activiteiten of een afwijkend eetpatroon, waardoor u uw bloedglucosewaarden vaker dient te testen.

Reizen in de Verenigde Staten

  • In de VS is een brief van uw arts niet langer voldoende bewijs van een medische noodzaak als u spuiten meeneemt. U mag spuiten en andere toedieningsmiddelen voor insuline alleen mee aan boord van een vliegtuig nemen als u een insuline injectieflacon met een professioneel, farmaceutisch, voorbedrukt etiket laat zien dat het geneesmiddel duidelijk beschrijft. Op deze regel worden geen uitzonderingen gemaakt. Als het voorschrift zich bevindt op de buitenkant van de verpakking insuline, moet u die ook meenemen.
  • U moet 2 uur vóór vertrek inchecken in de VS, ook op binnenlandse vluchten, om alle veiligheidscontroles te kunnen passeren.
  • In de VS moet u de beveiligingsbeambten waarschuwen dat u diabetes hebt en dat u een pomp en materialen bij u hebt.

Kan een MRI-scanner of röntgenapparaat het systeem verstoren?

Bij een MRI- (Magnetic resonance imaging) scan worden zeer sterke magnetische velden en radiogolven gebruikt om beelden te maken van inwendige organen van het lichaam. Deze sterke magnetische velden kunnen de pomp beschadigen en mogelijk van uw lichaam lostrekken. De canule-infusiesets (die geen metaal bevatten) met inbegrip van de Mio, Sof-set, Quick-set en Silhouette kunnen zonder probleem in uw lichaam blijven.

Als u een röntgenfoto, CT-scan of MRI moet laten maken of op een andere manier wordt blootgesteld aan straling, neem dan uw insulinepomp, zender en glucosesensor af en verwijder deze uit het gebied.

Als u vragen hebt over een specifieke test en de mogelijke invloed daarvan op uw pomp neem dan contact op met de bereikbaarheidsdienst van Medtronic.

Beleid bij ziekte

Beleid bij ziekte

Als u ziek bent, is het moeilijk om uw diabetes te behandelen, maar toch is dat noodzakelijk. Als u te ziek bent om uw bloedglucose zorgvuldig te controleren, vraag dan een vriend of familielid om hulp. Als er niemand is om u te helpen, vraag dan uw diabetesteam om hulp. Mensen met diabetes moeten tijdens een ziekte of infectie vaak hun bloedglucose en ketonen in de urine testen. Ziekte en infectie leveren extra stress op voor het lichaam en leiden vaak tot een verhoging van de bloedglucose. Met de insulinepomp kunt u snel uw insulinedosis aanpassen en gemakkelijk reageren op ziekte en infectie.Zelfs als u niet kunt eten, hebt u insuline nodig. Afhankelijk van de resultaten van de bloedglucosebepaling kan uw basale insuline voldoende zijn om in uw behoefte aan insuline te voldoen; misschien moet u meer insuline toedienen door vaak een bolus af te geven, uw basale snelheid te verhogen of beide.

Protocol bij ziekte

  • Test uw bloedglucose en ketonen in de urine om de 2 uur, 24 uur per dag.
  • Controleer de ketonen in uw urine elke keer dat u naar het toilet gaat.
  • Noteer nauwkeurig uw bloedglucosewaarden, ketonen, geneesmiddelen, koorts en alle symptomen.
  • Neem extra insuline als uw bloedglucose 14 mmol/l (250 mg/dl) of hoger is en als uw ketonenwaarde matig of hoog is.
  • Vergeet niet dat u extra insuline en vocht nodig hebt als u ketonen in de urine hebt, zelfs als uw bloedglucosewaarden binnen het streefbereik zijn.

Als u braakt, moet u de endocrinoloog, uw arts en/of diabetesverpleegkundige bellen voor de juiste behandeling met extra vocht en insuline om DKA (diabetische ketoacidose) te voorkomen!

Benodigdheden bij ziekte:

U moet de volgende zaken altijd in huis hebben en meenemen als u op reis gaat:

  • Suikerhoudende vloeistof (limonade, frisdrank) en snoep of gelei om vast voedsel te vervangen
  • Suikervrije vloeistof (dieetfrisdrank, bouillon, kippensoep) om uitdroging te voorkomen
  • Een thermometer
  • Geneesmiddelen tegen koorts, hoesten, verstopping, misselijkheid en braken
  • Extra teststrips voor bloedglucose en ketonen
  • Noodgevallenset in geval van ernstige hypoglykemie

Richtlijnen tijdelijk loskoppelen

Als u een dagje naar de zee wilt of gewoon een dagje zonder pomp, kunt u eenvoudiger tijdelijk overschakelen op injecties als u vooraf een plan opstelt. In de grafiek hieronder staan richtlijnen om u en uw behandelaar te helpen een plan op te stellen.

Opmerking: in de grafiek wordt ervan uitgegaan dat u dezelfde insuline als in de pomp blijft gebruiken (meestal snelwerkende Humalog® of NovoLog®), maar dan via injecties.

Als u vragen hebt over uw behandeling gedurende de periode dat uw insulinepomp ontkoppeld is, neemt u contact op met uw zorgverlener. Voor vragen over Medtronic Diabetes insulinepompfuncties neemt u contact op met Medtronic Diabetes.

Humalog is een geregistreerd handelsmerk van Eli Lilly and Company.
NovoRapid is een geregistreerd handelsmerk van Novo Nordisk A/S.

Maximaal 1 uur

  • Testen: controleer uw BG voordat u de pomp afkoppelt.
  • Basale insuline: geen injecties nodig.
  • Lichaamsbeweging: controleer de BG vóór, halverwege en na de lichaamsbeweging; controleer de BG zeer regelmatig in de 24 uur na intensieve lichaamsbeweging. Verlaag de dosis(sen) (basaal en bolus) dienovereenkomstig.
  • Bolus insuline: dien een injectie toe (of koppel de pomp weer aan/geef bolus) voor de koolhydraten overeenkomstig de insuline-koolhydraatratio en op basis van de BG. Dien één of meer injecties toe (of koppel de pomp weer aan/geef bolus) om een hoge BG te corrigeren met behulp van de correctieformule. Controleer op ketonen als de BG > 12,7 mmol/l.

Tot 4 uur

  • Testen: bepaal uw BG voordat u de pomp afkoppelt, vóór een maaltijd en 3-4 uur daarna.
  • Basale insuline: dien een injectie toe die gelijk is aan de gemiste basale dosis.
  • Lichaamsbeweging: controleer de BG vóór, halverwege en na lichaamsbeweging; controleer de BG zeer regelmatig in de 24 uur na intensieve lichaamsbeweging. Verlaag de dosis(sen) (basaal en bolus) dienovereenkomstig.
  • Bolus insuline: dien een injectie toe (of koppel de pomp weer aan/geef bolus) voor de koolhydraten overeenkomstig de insuline-koolhydraatratio en op basis van de BG. Dien één of meer injecties toe (of koppel de pomp weer aan/geef bolus) om een hoge BG te corrigeren met behulp van de correctieformule. Controleer op ketonen als de BG > 12,7 mmol/l.

's Nachts

  • Testen: bepaal de BG vóór het slapengaan en zet uw wekker zodat u de 3-4 uur kunt testen.
  • Basale insuline: dien om de 4 uur een injectie toe die gelijk is aan de gemiste basale dosis.
  • Lichaamsbeweging: controleer de BG vóór, halverwege en na lichaamsbeweging; controleer de BG zeer regelmatig in de 24 uur na intensieve lichaamsbeweging. Verlaag de dosis(sen) (basaal en bolus) dienovereenkomstig.
  • Bolus insuline: dien één injectie toe (of koppel de pomp weer aan/geef bolus) voor de koolhydraten overeenkomstig de insuline-koolhydraatratio en op basis van de BG. Dien één of meer injecties toe (of koppel de pomp weer aan/geef bolus) om een hoge BG te corrigeren met behulp van de correctieformule. Controleer op ketonen als de BG > 12,7 mmol/l.

24 uur (of langer)

  • Testen: bepaal uw BG vóór de maaltijden, om de 3-4 uur en voor het slapengaan.
  • Basale insuline: dien om de 4 uur een injectie toe die gelijk is aan de gemiste basale dosis
  • Lichaamsbeweging: controleer de BG vóór, halverwege en na lichaamsbeweging; controleer de BG zeer regelmatig in de 24 uur na intensieve lichaamsbeweging. Verlaag de dosis(sen) (basaal en bolus) dienovereenkomstig.
  • Bolus insuline: dien één injectie toe (of koppel de pomp weer aan/geef bolus) voor de koolhydraten overeenkomstig de insuline-koolhydraatratio en op basis van de BG. Dien één of meer injecties toe (of koppel de pomp weer aan/geef bolus) om een hoge BG te corrigeren met behulp van de correctieformule. Controleer op ketonen als de BG > 12,7 mmol/l.

Meer dan één dag

  • Testen: frequente BG-bepaling aanbevolen voor een optimale glucoseregulatie.
  • Basale insuline: uw zorgverlener kan u voor het gemak langwerkende insuline voorschrijven in plaats van snelwerkende insuline.
  • Lichaamsbeweging: controleer de BG vóór, halverwege en na lichaamsbeweging; controleer de BG zeer regelmatig in de 24 uur na intensieve lichaamsbeweging. Verlaag de dosis(sen) (basaal en bolus) dienovereenkomstig.
  • Bolus insuline: dien één injectie toe (of koppel de pomp weer aan/geef bolus) voor de koolhydraten overeenkomstig de insuline-koolhydraatratio en op basis van de BG. Dien één of meer injecties toe (of koppel de pomp weer aan/geef bolus) om een hoge BG te corrigeren met behulp van de correctieformule. Controleer op ketonen als de BG > 12,7 mmol/l.

Alle informatie op deze website is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en is op geen enkele wijze bedoeld ter vervanging van professioneel medisch advies, diagnose of behandeling. De weergegeven gebruikerservaringen zijn specifiek voor een bepaalde gebruiker. Het resultaat van de behandeling kan van gebruiker tot gebruiker verschillen. Neem altijd contact op met uw arts over de diagnose en behandeling en zorg dat u het advies van uw arts begrijpt en opvolgt. Medtronic aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid of verantwoordelijkheid voor letsel of schade van welke aard dan ook, direct of indirect veroorzaakt of waarvan beweerd wordt dat deze direct of indirect veroorzaakt wordt door de informatie op deze website. Bekijk de gebruiksinstructies van het product voor een opsomming van indicaties, contra-indicaties, voorzorgsmaatregelen, waarschuwingen en mogelijke bijwerkingen.

© 2016 Medtronic International Trading Sarl. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze website mag worden gereproduceerd of gebruikt in enige vorm of op enige wijze zonder toestemming van Medtronic International Trading Sarl.
MiniMed,  Bolus Wizard, SMARTGUARD, Guardian, Enlite en CareLink zijn handelsmerken van Medtronic, Inc. en CONTOUR is een gedeponeerd handelsmerk van Ascensia Diabetes Care.