Waarschuwingen en alarmen voor de MiniMed Veo

A

A (Alarm) Toelichting

REDEN

dit alarm toont de letter A gevolgd door twee cijfers. Bij een A-alarm wordt de insulinetoediening stopgezet totdat het alarm gewist is. De instellingen van uw insulinepomp blijven behouden. De Guardian-instellingen worden opnieuw ingesteld.

ACTIE

bel naar de bereikbaarheidsdienst van Medtronic als dit alarm vaak afgaat.

Alarm stil-waarschuwing

REDEN:

Wordt weergegeven als er een of meer glucosewaarschuwingen optreden in de periode dat de functie Alarm stil is ingeschakeld

ACTIE:

druk twee keer op ESC en daarna op ACT om de waarschuwing te wissen. Kijk op het scherm ALARMHISTORIE SENSOR voor de opgeslagen informatie over de glucosewaarschuwing. Om de ALARMHISTORIE SENSOR te bekijken:

  1. Ga naar het scherm ALARMHISTORIE SENSOR:o Home-scherm > Hoofdmenu > Sensor > Alarmhistorie sensor
  2. Het scherm ALARMHISTORIE SENSOR verschijnt. De meest recente waarschuwing is gemarkeerd. Selecteer de waarschuwing waar u meer informatie over wilt en druk dan op ACT.
  3. Er verschijnt een nieuw scherm met de details van de waarschuwing.
Alarmen beperken/uitschakelen

Is er iets dat ik kan doen om het aantal alarmen dat ik krijg te beperken?

Het is belangrijk om te beseffen dat elk alarm een doel heeft en u informeert. U moet dus aandacht besteden aan het aantal en soort alarmen dat u krijgt. 

U kunt het aantal alarmen dat u krijgt beperken door uw gebruikersinstellingen aan te passen of door een deel van de alarmen/waarschuwingen uit te schakelen U kunt bijvoorbeeld:
• de drempels voor een hoog en laag alarm instellen op een niveau dat voor u geschikt is. U kunt ook het alarm 'hoog glucose' uitschakelen als u weet dat de bloedglucose hoog zal worden
• de tijdsduur van het 'alarm uitschakelen' aanpassen zodat u minder herinneringen krijgt.

U kunt andere alarmen vermijden door actie te ondernemen voordat ze optreden, zoals regelmatig de meter te kalibreren en uw zender binnen 2 meter van MiniMed Veo of Guardian REAL-Time te houden zodat de synchronisatie behouden blijft.
Voor uw persoonlijke veiligheid dient u met uw arts of diabetes-verpleegkundige te overleggen voordat u de waarschuwings-instellingen op de pomp aanpast.

 

Kan ik het geluid van de waarschuwingen uitschakelen?

U kunt ervoor kiezen om voor waarschuwingen de trilfunctie in te schakelen. Selecteer in het menu Hulpprogramma's eerst Alarmmenu en daarna Alarmtype om te kiezen tussen een piep- of trilsignaal. U kunt de alarmen ook voor een bepaalde periode uitschakelen. Dat kan handig zijn als u een vergadering of examen hebt. Daarvoor selecteert u in het Sensormenu de optie Alarm stil. 
 

  

  

 

Auto uit-waarschuwing

REDEN:

waarschuwt u dat er geen knoppen zijn ingedrukt tijdens de periode ingesteld in de functie AUTO UIT DUUR, en dat de insulinetoediening is stopgezet. 

ACTIE:

druk op ESC en daarna op ACT om het alarm te wissen.

B

Batterij bijna leeg-alarm

REDEN:

treedt op als de batterij langer dan vijf minuten buiten bereik van de insulinepomp is of langer dan tien minuten buiten bereik van de CGM-monitor.

ACTIE:

verifieer dat de tijd en datum op de insulinepomp/CGM-monitor correct zijn. Als de datum en tijd niet correct zijn, ga naar het HULPPROGRAMMAMENU en stel ze opnieuw in. CGM-gebruikers kunnen de procedure VERLOREN SENSOR ZOEKEN om de communicatie met de sensor te herstellen.

Batterij slecht-alarm

REDEN:

de insulinepomp/CGM-monitor test de spanning van elke batterij die wordt geplaatst. Als de batterijspanning minder dan maximaal is, kan dit alarm optreden. De insulinepomp/CGM-monitor werkt normaal, maar de levensduur van de batterij zal korter zijn dan verwacht.

ACTIE:

plaats een nieuwe alkaline batterij in de insulinepomp/CGM-monitor.

Bolus gestopt-alarm

REDEN:

een Bolus gestopt-fout kan optreden als de batterijdop los zit of de pomp een schok heeft gehad of is gevallen tijdens een bolus. De fout kan ook optreden als de pomp een statische schok krijgt. Als veiligheids-maatregel stopt de pomp als dat gebeurt.

ACTIE:

als u uw pomp hebt laten vallen, inspecteer hem dan visueel om er zeker van te zijn dat hij niet is beschadigd. Bekijk de bolushistorie en herprogrammeer zo nodig de resterende bolus.

Als dit alarm optreedt, is het heel belangrijk om de bolushistorie te controleren om te zien hoeveel van de bolus werkelijk is toegediend. Herprogrammeer zo nodig een bolus met de hoeveelheid die nog niet is toegediend.

D

Daalsnelheid-waarschuwing

REDEN:

de sensorglucosewaarden dalen met een snelheid die gelijk is aan, of sneller dan, de ingestelde daalsnelheidslimiet die u hebt geselecteerd voor de waarschuwing. De insulinepomp/CGM-monitor laat twee opeenvolgende tonen horen, in dalende toonhoogte, als u een piepsignaal hebt geselecteerd als waarschuwingstype.

ACTIE:

overweeg corrigerende actie te ondernemen nadat u de waarde hebt bevestigd met een bloedglucose- (BG) meetwaarde.

E

E (alarm) Toelichting

REDEN:

bij een E-fout-alarm wordt de letter E weergeven gevolgd door twee cijfers. Bij een E-alarm wordt de insulinetoediening stopgezet, de insulinepomp/CGM-monitor gereset en worden al uw instellingen gewist.

ACTIE:

als u dit alarm krijgt, dient u het foutnummer te noteren en naar de bereikbaarheidsdienst van Medtronic te bellen.

G

Geen reservoir-alarm

REDEN:

het reservoir is niet correct geplaatst of er is geen reservoir geplaatst.

ACTIE:

ga na of er een reservoir is geplaatst.

Geen signaal-waarschuwing

REDEN:

de insulinepomp/CGM-monitor ontvangt geen signaal van de zender.

ACTIE:

Koppel de zender niet los van de sensor.

  1. Ga na dat de glucosesensor correct is ingebracht.
  2. Kijk op het scherm INSTELLINGEN BEKIJKEN om er zeker van te zijn dat het zender-ID dat is ingevoerd op de insulinepomp/CGM-monitor overeenkomt met het ID op de zender: Home-scherm > Hoofdmenu > Sensor > Instellingen bekijken
  3. Controleer de zender en sensoraansluiting. Raak de ingebrachte sensor aan de achterkant van de eenheid aan om verplaatsing te voorkomen en duw stevig op de zender:
    • Als u een klik hoort, wacht dan 20 seconden en kijk of er 10 seconden lang een groen licht op de zender knippert om te bevestigen dat de verbinding goed is. Als u het groene licht ziet, is de waarschuwing opgetreden omdat de zender en sensor niet verbonden waren.
    • Als u een klik hoort, maar geen groen licht ziet op de zender, controleer dan of de zender is opgeladen.
    • Als u geen klik hoort als u de verbinding controleert, is de waarschuwing veroorzaakt door een probleem met de verzending. Breng de insulinepomp/CGM-monitor dichter bij de glucosesensor en zender.
  4. Gebruik de functie SIGNAAL HERSTELLEN om de glucosesensor te zoeken: Home-scherm > Hoofdmenu > Sensor > Verbinden met sensor > SIGNAAL HERSTELLEN 
  5. Opmerking: als u een pompmodel x12, x15 of x22 hebt, bel dan naar de bereikbaarheidsdienst van Medtronic voor assistentie.
Geen toediening-alarm

REDEN:

de insulinetoediening is gestopt. Het alarm treedt op als uw insulinepomp een verstopping detecteert.

ACTIE:

neem de volgende stappen:

  1. Controleer of uw infusieset verstopt is geraakt.
  2. Controleer uw bloedglucose en volg zo nodig de veiligheidsrichtlijnen voor het behandelen van een hoge bloedglucosespiegel.
  3. Wis het alarm door op ESC en ACT te drukken. Er verschijnt een scherm met twee keuzes: Hervatten en Terugdraaien.
  4. Controleer of het reservoir insuline bevat.
    • Als er een kink in de slang zat en u deze hebt verholpen, selecteer dan Hervatten.
    • Als het reservoir leeg is, selecteer dan Terugdraaien en vervang het reservoir en de infusieset.
  5. Houdt uw bloedglucosespiegel goed onder controle.

Als u deze stappen hebt gevolgd en u krijgt weer een GEEN TOEDIENING-alarm, bel dan naar de bereikbaarheidsdienst van Medtronic

H

Het alarm instellen

Hoe stel ik de waarschuwingen/ alarmen in op mijn MiniMed® Veo™-systeem?

U kunt een aantal waarschuwingen instellen, zoals herinneringen voor kalibraties, BG-bepalingen en overgeslagen maaltijden. Als u de CGM-functie van uw pomp gebruikt, kunt u hoge/lage glucosewaarschuwingen instellen, net zoals voorspellende hoge/lage glucosewaarschuwingen, waarschuwingen voor de snelheid van verandering en deze waarschuwingen ook voor een bepaalde tijd uitschakelen (snooze). U kunt ook de functie ‘Lage glucose onderbreken’ activeren.   Uw arts of diabetesverpleegkundige zal u adviseren en helpen om de alarmen en waarschuwingen op uw MiniMed® Veo™-systeem in te stellen.

Ik heb mijn nieuwe of vervangpomp geprogrammeerd en krijg een alarm Herprogrammeren/ Instellingen controleren. Wat betekent dit alarm?

Het Instellingen controleren-alarm klinkt 5-10 minuten nadat u de pomp hebt gereset zonder de tijd/datum opnieuw in te stellen. De pomp moet terugdraaien en u moet alle instellingen (tijd/datum/basale snelheden) controleren.

Testing

 

 

Hoge sg-waarschuwing

REDEN:

de sensorglucosewaarde is hoger dan of gelijk aan de bovengrens die u hebt ingesteld. Als u geen bovengrens voor de glucose instelt en de glucosewaarschuwingen niet inschakelt, krijgt u geen Hoge sg-waarschuwing.

ACTIE:

overweeg corrigerende actie te ondernemen nadat u de waarde hebt bevestigd met een bloedglucose- (BG) meetwaarde.

Hoge Xxx mg/dl (Xxx = sg-bepaling) waarschuwing - (of mmol/l)

REDEN:

de sensorglucosewaarde is hoger dan of gelijk aan de bovengrens die u hebt ingesteld. Als u geen bovengrens voor de glucose instelt en de glucosewaarschuwingen niet inschakelt, krijgt u geen Hoge sg-waarschuwing. De insulinepomp/CGM-monitor laat vier opeenvolgende tonen horen, in stijgende toonhoogte, als u een piepsignaal hebt geselecteerd als waarschuwingstype.
 

ACTIE:

overweeg corrigerende actie te ondernemen nadat u de waarde hebt bevestigd met een bloedglucose- (BG) meetwaarde.

Hoog voorspeld-waarschuwing

REDEN:

de sensorglucosemeetwaarden kunnen gelijk zijn aan, of hoger dan, uw Hoge glucosegrens in de tijdsduur die u hebt geselecteerd voor de Hoog voorspellend-waarschuwing. De insulinepomp/CGM-monitor laat drie opeenvolgende tonen horen, in stijgende toonhoogte, als u een piepsignaal hebt geselecteerd als waarschuwingstype.

ACTIE:

overweeg corrigerende actie te ondernemen nadat u de waarde hebt bevestigd met een bloedglucose- (BG) meetwaarde.

I

Instellingen controleren-alarm

REDEN:

treedt op na een E-alarm of nadat u de insulinepomp/CGM-monitor hebt gewist. Met het alarm wordt u geadviseerd te controleren of alle instellingen correct zijn.

ACTIE:

als dit alarm actief is, dient u de instellingen van uw insulinepomp/CGM-monitor te controleren en/of te herprogrammeren, waaronder de tijd/datum.

K

Kal.-fout-waarschuwing

REDEN:

Er is een fout opgetreden bij het invoeren van een nieuwe bloedglucose- (BG) meting om het systeem te kalibreren. Mogelijke oorzaken zijn:

  • Er is een foutief bloedglucosegetal ingevoerd van de meter in de insulinepomp/CGM-monitor.
  • De ingevoerde bloedglucosemeting was niet actueel.
  • Uw bloedglucose stijgt of daalt snel.
  • De glucosesensor heeft meer tijd nodig om zich te stabiliseren na het inbrengen.
  • De glucosesensor meet niet langer correct.

ACTIE:

  • Als u een kal.-fout krijgt, voer dan een nieuwe BG-meetwaarde in voor de kalibratie.
  • Als u bij de tweede kalibratie een kal.-fout krijgt, verschijnt er een SENSOR VERVANGEN-waarschuwing op een Revel- of Guardian-systeem en een SLECHTE SENSOR-waarschuwing op een 522/722 of een Veo-insulinepomp.
  • Bel naar de bereikbaarheidsdienst van Medtronic voor verdere assistentie.

Opmerking: als u een pompmodel x12, x15 of x22 hebt, bel dan naar de bereikbaarheidsdienst van Medtronic voor assistentie.

Knopfout-alarm

REDEN:

treedt op als een knop gedurende meer dan drie minuten continu is ingedrukt.

ACTIE:

  • druk op ESC en daarna op ACT om het alarm te wissen. Als de insulinepomp/CGM-monitor tegen iets drukt en zo het alarm veroorzaakt, pas dan de positie aan.
  • Als u deze stappen hebt gevolgd en u krijgt weer een KNOPFOUT-alarm, bel dan naar de bereikbaarheidsdienst van Medtronic.

L

Laag voorspeld-waarschuwing

REDEN:

de sensorglucosemeetwaarden kunnen gelijk worden aan of lager dan de ondergrens in de tijdsduur die u hebt geselecteerd voor de Laag voorspellend-waarschuwing. De insulinepomp/CGM-monitor laat drie opeenvolgende tonen horen, in dalende toonhoogte, als u een piepsignaal hebt geselecteerd als waarschuwingstype.

ACTIE:

overweeg corrigerende actie te ondernemen nadat u de waarde hebt bevestigd met een bloedglucose- (BG) meetwaarde.

Lage glucose-alarm

REDEN:

Hoe werkt het?

Low Glucose alarm graph

ACTIE:

De MiniMed® Veoherkent dankzij de CGM-functie van de pomp dalende bloedglucosewaarden en laat een alarmsignaal horen om u te waarschuwen.
U kunt vervolgens handelen om een hypoglykemische gebeurtenis te voorkomen.

Als u echter niet reageert op de waarschuwing en de CGM-functie gevaarlijk lage bloedglucosewaarden detecteert, klinkt er nog een waarschuwing.

Als u om welke reden dan ook niet in staat bent om te reageren op de waarschuwing, dan onderbreekt de pomp de insulinetoediening gedurende 2 uur om het gevaar van een hypoglykemische gebeurtenis in te dammen.

Leeg reservoir-alarm

REDEN:

het reservoir bevat geen insuline meer.

ACTIE:

vervang het reservoir onmiddellijk.

M

Max. vulling bereikt-alarm

REDEN:

dit bericht verschijnt als u de insulinepomp handmatig vult met meer dan 30 eenheden insuline.

ACTIE:

Lees het bericht op het scherm, druk dan op ESC en daarna op ACT om het alarm te wissen.

  • Als u klaar bent met het handmatig vullen, druk dan op ESC. 
  • Als u niet klaar bent met het handmatig vullen, houdt dan ACT ingedrukt tot u klaar bent met het handmatig vullen.
Mislukte batterijtest-alarm

REDEN:

de insulinepomp/CGM-monitor test de spanning van elke batterij die wordt geplaatst. Zo wordt voorkomen dat er een batterij met een lage spanning wordt gebruikt. Als de batterij onvoldoende spanning heeft, treedt dit alarm op. De insulinepomp/CGM-monitor zal niet werken en de batterij moet worden vervangen.

ACTIE:

plaats een nieuwe batterij in de insulinepomp/CGM-monitor.

R

Reset-alarm

REDEN:

treedt op als de instellingen van de insulinepomp/CGM-monitor zijn gewist om een van de volgende redenen:

  • De instellingen zijn gewist (functie Instellingen wissen) en niet opnieuw geprogrammeerd.
  • Een poging uw computer om te uploaden naar CareLink Personal is niet gelukt.

ACTIE:

  • Als uw instellingen zijn gewist, moet u ze opnieuw programmeren.
  • Als u probeert te uploaden naar CareLink Personal en u krijgt dit foutbericht, bel dan naar de bereikbaarheidsdienst van Medtronic voor hulp.

S

Sensor einde-waarschuwing

REDEN:

de glucosesensor heeft het einde van zijn levensduur bereikt.

ACTIE:

vervang de glucosesensor.

Sensor vervangen-waarschuwing

REDEN:

u kunt deze waarschuwing krijgen nadat u twee kal.-fouten na elkaar krijgt, of als u uw glucosesensor initialiseert zonder kal.-fouten.

ACTIE:

als de waarschuwing het gevolg is van twee kal.-fouten na elkaar moet u de het glucosesensor vervangen.Als de waarschuwing is opgetreden zonder twee Kal.-fouten, neem dan contact op met de bereikbaarheidsdienst van Medtronic om te controleren of de zender goed werkt.Als u deze waarschuwing krijgt tijdens de initialisering, kunt u deze waarschuwing wellicht oplossen zonder uw glucosesensor te vervangen. Bel naar de bereikbaarheidsdienst van Medtronic voor verdere assistentie.

Sensorfout-waarschuwing

REDEN:

de signalen van de glucosesensor zijn te hoog of te laag.

ACTIE:

u hoeft de glucosesensor niet te vervangen. Druk op ESC en daarna op ACT om de waarschuwing te wissen. Als de waarschuwing zich blijft voordoen, test dan uw zender met de tester.

Slechte sensor-waarschuwing

REDEN:

u kunt deze waarschuwing krijgen als u twee Kal.-fouten na elkaar krijgt, of als u uw glucosesensor initialiseert zonder Kal.-fouten.

ACTIE:

  • Als de waarschuwing het gevolg is van twee kal.-fouten na elkaar moet u de glucosesensor vervangen.
  • Als de waarschuwing is opgetreden zonder twee kal.-fouten, neem dan contact op met de bereikbaarheidsdienst van Medtronic om na te gaan of de zender goed werkt.
  • Als u deze waarschuwing krijgt tijdens de initialisering, kunt u deze waarschuwing wellicht oplossen zonder uw glucosesensor te vervangen. Bel naar de bereikbaarheidsdienst van Medtronic voor verdere assistentie.
Stijgsnelheid-waarschuwing

REDEN:

de sensorglucosewaarden stijgen met een snelheid die gelijk is aan of sneller dan de Ingestelde stijgsnelheidslimiet die u hebt geselecteerd voor de waarschuwing. De insulinepomp/CGM-monitor laat twee opeenvolgende tonen horen, in stijgende toonhoogte, als u een piepsignaal hebt geselecteerd als waarschuwingstype.

ACTIE:

overweeg corrigerende actie te ondernemen nadat u de waarde hebt bevestigd met een bloedglucose- (BG) meetwaarde.

U

Uit lege batterij-alarm

REDEN:

de batterij is leeg.

ACTIE:

vervang de batterij onmiddellijk. Volg de aanwijzingen op het scherm. Ga na dat de tijd op het scherm correct is. Stel de tijd zo nodig opnieuw in.

V

Vullen voltooien-alarm

REDEN:

u hebt het vullen van de infusieset met insuline niet beëindigd.

ACTIE:

druk op ESC en daarna op ACT om het alarm te wissen. Zo wordt de basale toediening hervat.

Z

Zender opladen-waarschuwing

REDEN:

de zenderbatterij is bijna leeg.

ACTIE:

laad uw zender onmiddellijk op.

Zender zwak-waarschuwing

REDEN:

de zenderbatterij is bijna leeg.

ACTIE:

laad uw zender onmiddellijk op.

Zwak signaal-waarschuwing

REDEN:

treedt op als de insulinepomp/CGM-monitor gedurende een vooraf bepaalde periode (zoals ingesteld in Zwak signaal) geen gegevens ontvangt van de zender.

ACTIE:

breng de insulinepomp/CGM-monitor dichter bij de zender of verplaats de zender en de insulinepomp/CGM-monitor naar dezelfde kant van uw lichaam.

Opmerking: als u een pompmodel x12, x15, of x22 hebt, bel dan naar de bereikbaarheidsdienst van Medtronic voor assistentie.

Zwakke batterij-waarschuwing

Reason:

de ZWAKKE BATTERIJ-waarschuwing verschijnt als de levensduur van de batterij in uw insulinepomp/CGM-monitor minder dan 10% bedraagt. De achtergrondverlichting, de afstandsbediening en meterfuncties zijn uitgeschakeld tijdens een ZWAKKE BATTERIJ-situatie. Als het waarschuwingstype is ingesteld op trillen, zal de insulinepomp/CGM-monitor overschakelen op het piepsignaal.

ACTIE:

druk op ESC en daarna op ACT om de waarschuwing te wissen voordat u de batterij vervangt.

Als u deze waarschuwing krijgt, mag u niet gaan slapen zonder eerst de batterij te vervangen.

Alle informatie op deze website is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en is op geen enkele wijze bedoeld ter vervanging van professioneel medisch advies, diagnose of behandeling. De weergegeven gebruikerservaringen zijn specifiek voor een bepaalde gebruiker. Het resultaat van de behandeling kan van gebruiker tot gebruiker verschillen. Neem altijd contact op met uw arts over de diagnose en behandeling en zorg dat u het advies van uw arts begrijpt en opvolgt. Medtronic aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid of verantwoordelijkheid voor letsel of schade van welke aard dan ook, direct of indirect veroorzaakt of waarvan beweerd wordt dat deze direct of indirect veroorzaakt wordt door de informatie op deze website. Bekijk de gebruiksinstructies van het product voor een opsomming van indicaties, contra-indicaties, voorzorgsmaatregelen, waarschuwingen en mogelijke bijwerkingen.

© 2016 Medtronic International Trading Sarl. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze website mag worden gereproduceerd of gebruikt in enige vorm of op enige wijze zonder toestemming van Medtronic International Trading Sarl.
MiniMed,  Bolus Wizard, SMARTGUARD, Guardian, Enlite en CareLink zijn handelsmerken van Medtronic, Inc. en CONTOUR is een gedeponeerd handelsmerk van Ascensia Diabetes Care.