DIABETES EN GEMOEDSTOESTAND
VANUIT HET PERSPECTIEF VAN EEN MOEDER

Michelle Wridgeway (moeder van een kind met Type 1 Diabetes)

Het is gewoon een van die dingen waar niemand zich op kan voorbereiden als de diagnose wordt gesteld.  Je leert hoe injecties te geven, je pomp te gebruiken, je bloedsuikerspiegel te meten en calorieën te tellen.  Ze leren je hoe verschillende soorten voeding je bloedsuikerspiegel kunnen beïnvloeden, en vertellen je dat lichaamsbeweging en bepaalde geneesmiddelen dit ook doen.  Maar er is niemand die je vertelt hoe diabetes en hypo’s de gemoedstoestand van jou of je dierbaren beïnvloedt.  Zelfs bij het plegen van onderzoek voor dit stuk vond ik alleen maar een artikel uit 2006 over diabetes type 2 bij mannen en gemoedstoestand, en de vreemde verwijzing naar verricht onderzoek aangaande een link tussen depressie bij diabetes type 1, maar niets over dagelijkse stemmingswisselingen.

Als ik tegenover mijn boze, gefrustreerde, stampvoetende peuter sta, vraag ik me af of hij niet gewoon een opstandige driejarige is.  Is hij lastig en boos vanwege zijn diabetes?  Of is zijn bloedsuikerspiegel niet gewoon hoog of laag? Op zo’n moment wordt disciplineren lastig.

Ik kijk naar hem op de speelplaats, een klein ongelukje met een vriend en daar komt de tranenstroom.   Ik voel bijna de veroordelende ogen van de moeder van het andere kind die denkt: “Gaan we weer…”. Ik kan me alleen maar afvragen hoe laag zijn bloedsuiker nu is.

Goedbedoelende vrienden en familieleden zeggen vaak: “Diabetes mag niet altijd zijn excuus zijn.  Je laat hem ook met alles wegkomen.”  Ik wil terug snauwen: “Heb je je ooit wel eens knorrig gevoeld als je trek had? Dat dus en dat vele malen erger,  zo voelt hij zich als zijn bloedsuikerspiegel laag is.”

Mensen zijn snel geneigd om te zeggen dat het wilde gedrag van hun kind een gevolg is van alle suiker die hij of zij geconsumeerd heeft op een partijtje, en de waarheid is dat de suikerspiegel van dat kind waarschijnlijk gewoon op de bovengrens zit van een normale bloedsuikerwaarde.  Waarom is het zo moeilijk te geloven dat wanneer iemand met type 1 een broodje eet en zijn of haar bloedsuikerspiegel naar 13 mmol/l schiet, hij of zij dan wat ‘wild’ wordt?

Veel mensen die samenleven met iemand met type 1 kunnen je waarschijnlijk vertellen dat diabetes van invloed is op de gemoedstoestand.  Hypo’s kunnen leiden tot verdrietige gevoelens en een hoge bloedsuikerspiegel leidt vaak tot frustratie en boosheid.  Hoewel, als we veel volwassenen met type 1 deze vraag stellen, is het net als bij alle symptomen van type 1: de antwoorden variëren altijd.  Veel mensen hebben me verteld dat ze zich de feitelijke reden of de stemmingswisseling na een ernstige, lange periode van een aanhoudend hoge bloedsuikerspiegel niet eens meer herinneren.

Iets wat ik regelmatig met mijn zoon doe, is hem onderbreken en vragen hoe hij zich voelt.  Ik ben er zeker van dat wanneer hij de puberteit bereikt, zijn antwoorden korter worden. Misschien geeft hij dan helemaal geen antwoord meer. Voor nu kan ik alleen maar hopen dat hij leert vast te stellen waarom hij zich zo voelt en het zal ook mij helpen om beter inzicht te krijgen.  En wat betreft het onderwerp ‘puberteit’: ik weet niet of ik al klaar ben voor die tijd; ik kan me alleen maar een voorstelling beginnen te maken van de gecombineerde invloed van hormonen en bloedsuikerwaarden op de gemoedstoestand!

Save

Save

Save

Save

Medtronic wil samen met jou zoveel mogelijk mensen bewust maken van de impact van hypo’s op het dagelijks leven met diabetes.

Deel daarom jouw persoonlijke ervaringen met hypo’s door deze enquête in te vullen.

Ga naar de enquête
Sluiten