Het gebruik van CGM wordt sinds 1 november 2010 in bepaalde gevallen voor bepaalde patiëntengroepen vergoed als onderdeel van de zorgverzekeringswet. In overleg met uw zorgverlener kunt u bekijken of u valt binnen één van de patiëntengroepen en of u derhalve in aanmerking komt voor vergoeding van CGM (zender en sensoren).
- 60% van de hypo's wordt mogelijk niet ontdekt bij gebruik van uitsluitend vingerprikmetingen2
- Met CGM worden vier keer zoveel ernstige bloedglucoseafwijkingen vastgesteld dan met zelfmeting van bloedglucose (ZMBG).3
- CGM leidt tot een significante A1c-reductie vergeleken met alleen vingerprikmetingen4/5
- In talloze gepubliceerde onderzoeken 6/7/8 is aangetoond dat CGM nauwkeurig is, waardoor u de behandeling kunt bijstellen op basis van betrouwbare gegevens
De insulinepomp zelf (A) is klein zodat u die vrijwel overal kunt dragen – onder uw kleding in een broekzak, een heupzakje of een bh-zakje, of aan uw riem als een mobiele telefoon.
De pomp dient insuline toe via een zacht buisje dat 'canule' (B) heet en maximaal 3 dagen onder de huid zit. U kunt de insulinepomp makkelijk en snel loskoppen als u bijvoorbeeld gaat douchen of zwemmen, of als u andere kleren aantrekt.
Continue glucosemeting is mogelijk met behulp van een kleine glucosemeter (C). Op de Veo kunt u uw glucosewaarden van maximaal zes dagen tegelijk bekijken. Net als de canule is de sensor gemakkelijk in te brengen met een automatisch inbrengapparaat.
Glucosesensorgegevens worden continu verstuurd naar de MiniLink™-zender (D), een lichtgewicht apparaatje dat aan de glucosesensor bevestigd is. De zender verstuurt de glucosegegevens via geavanceerde draadloze radiofrequentietechnologie naar de insulinepomp.
- This data is intended to supplement, not replace, blood glucose information obtained using standard home blood glucose monitoring devices. Fingersticks required when adjusting insulin delivery or calibrating the glucose sensor.